Pruimenstress

slechtmindernormaalgoedbest


"Martin, laat die boom toch met rust," verzocht ik al 8 jaar op rij wanneer Martin met een snoeischaar onze pruimenboom te lijf ging. "Het is geen knotwilg, " riep ik vorig jaar want ik vond het echt jammer dat die boom nou nooit een pruimpje wilde maken. Het moest kunnen, want de eerste zomer in dit huis hadden we twee kilo paarse vruchten. Martin begon aan zijn jaarlijkse college over een open bladerdak waarin de beginnende vruchtjes maximaal van de zon zouden genieten. Ik liet het er niet bij zitten en dreef mijn zin door. We gingen afwachten of de boom op tweedejaars hout wilde bloeien.
En jawel, dit voorjaar verscheen er bloesem en ondanks de late vorst begonnen er kleine groene knikkers te rijpen. Ook leek het goed te gaan in het piepkleine stukje moestuin wat ik er op na houd. Dit stukje is voornamelijk bedoeld om de kinderen te laten zien dat niet alle groente en fruit in de plaatselijke supermarkt ontstaat. De ellende is dat de slakken dol zijn op alles wat ik probeer te verbouwen. Doorgaans bleef er van de hoopvolle kiemplantjes niet veel meer over dan een paar sneue sprietjes.
Dit jaar ging het gelukkig anders. We gebruikten ons minikasje goed en van de acht courgetteplantjes die ik kon poten zijn er drie de slakken ontgroeid. De peultjes bleken ook harder te kunnen groeien dan de slakken konden eten zodat we nu echt aan het oogsten konden. Iedere dag gaan we even langs de peultjes om de mooie platte eruit te halen want voor je het weet zijn het erwtjes geworden. Bij de courgettes is het ook oppassen want als je een paar dagen niet kijkt zijn het reuzecourgettes die minder lekker zijn.
Al met al werd het met de dag meer werk. De aalbessen dreigden door de merels verorberd te worden en de pruimen begonnen vorige week te kleuren.
De courgettes komen ons inmiddels de neus uit. Eén courgette in de week is leuk maar iedere week courgettesoep, courgette wokschotel en Spaanse stoofgroente wordt me wat teveel. De eerste pruimen gaven problemen. Nog maar halfrijp werden ze al aangevreten door alles wat maar door de tuin kroop of vloog. Er was niet een gave vrucht bij. Met een visnet aan een lange stok oogstten we de aangevreten vruchten en het kostte me een avond om van de goede stukjes een ambachtelijke pot jam te maken.
De volgende dag hingen er weer halfgekleurde vruchten en ontdekte ik dat de vruchten die nog gaaf waren na een dagje op de fruitschaal ook rijp waren. Dus weer een avond in de weer om de boel te verwerken terwijl mijn dochter courgettes rondbracht in de straat.
Nog een dag later hingen de takken zwaar van de pruimen, moest mijn dochter de aalbesjes ritsen, hingen er veel te bolle peultjes en stond ik 's nachts nog pruimenprut te maken.
Gisteren vielen er alweer halfgistende vruchten op de grond en ging ik zuchtend de tuin in om de laatste oogst van de boom te gaan halen. Ik kon inmiddels geen pruim meer zien en qua stoelgang hoefde ik ook niets meer. Ik had nog geen drie pruimen de boom uit geslagen of er vloog een wesp in mijn broek. Dat vonden de wesp en ik niet leuk zodat ik na een woeste indianendans halfbloot in de tuin stond te gillen met twee rode plekken op mijn been.
Vandaag doe ik niet meer mee. Ik heb bewondering voor een ieder met een moestuin. Ik geef de rest van de oogst aan de natuur en kijk vanachter het glas naar het feestje van de vogels en de slakken in de tuin.

vorige:Voetballuh
volgende:Aletta