Big Apple | |||||
Als een mak schaap ga ik met de anderen door de slurf het vliegtuig in. De gezagvoerder en stewardessen staan ons met onechte glimlachen op te wachten en nadat we de grote stoelen van de business klasse hebben mogen bewonderen worden we in het nauwe gangpad tussen beduidend kleinere stoelen gedreven. Ik zoek nummer 29G en ontdek tot mijn genoegen dat naast mijn plekje aan het raam een magere man zit. Met een aantal gymnastische bewegingen plof ik naast hem neer en bereid me lijdzaam voor op een moeizame nacht boven de oceaan. Ik vermaak me de eerste minuten met het observeren van de mensen om me heen. In de kakofonie van verschillende talen hoor ik onmiskenbaar flarden van Nederlandse gesprekken. Er komt nu een omvangrijke man het gangetje in. Hij draagt dure kleding en twee idioot grote stukken handbagage. Hij is alleen en ik besluit dat hij een verdwaalde zakenman is die eigenlijk in de voorste klasse thuishoort. Naast mijn buurman komt hij tot stilstand en al zuchtend jongleert hij net zo lang met zijn bagage totdat hij een klein stukje papier heeft gevonden. "Het spijt me maar u zit op mijn plaats meneer," zegt hij vriendelijk tegen mijn slanke metgezel. Mijn buurman maakt verontschuldigingen terwijl ik me afvraag hoe ik met zijn dikke vervanger deze kleine ruimte de komende uren zal delen. De zakenman heeft intussen ruzie met zijn grootste stuk bagage dat hij uiteindelijk in overleg met een stewardess ergens voor in het vliegtuig kwijt kan. Daarna ploft hij naast me neer en pakt zijn mobiele telefoon die nu tijdens het taxiën naar de startbaan niet aan mag en begint een gesprek. Met groeiende ergernis luister ik naar zijn geklaag tegen de telefoon over de vliegtuigmaatschappij die het gewaagd heeft hem op zo'n klein stoeltje te zetten. Ik keer me af en kijk door het kleine raampje naar buiten. De opwindendste minuten van de vlucht zijn aangebroken. Het vliegtuig staat klaar op de baan om te vertrekken. Er gaat een trilling door het toestel en de motoren beginnen te brullen. We maken steeds meer vaart en we worden in onze stoelen gedrukt terwijl we loskomen van de grond. Een geweldig gevoel. Gefascineerd kijk ik hoe New York als een miniatuurstad onder ons ligt. Een vrouw achter mij vraagt zich af of ze Ground Zero zou kunnen zien liggen en terwijl ik weer terugleun in mijn stoel zegt mijn nieuwe buurman: "Vandaag zal ze het niet zien maar soms is het heel duidelijk." Hij kijkt me vriendelijk aan en vervolgt na een korte stilte, "Ik was daar op die dag dat de vliegtuigen kwamen." Ik probeer iets te verzinnen om terug te zeggen maar weet even niets. Hij vervolgt zijn verhaal. Hij zat te ontbijten met collegae in een zaal tussen de Twin Towers in. Een zaal met glazen plafond zodat hij het vliegtuig naar binnen zag vliegen. Een vreselijke knal en daarna een regen van puin, mensen en computers. Ze vluchtten naar de andere toren maar gelukkig waren ze daar op tijd weg voor het volgende vliegtuig zijn doel had gevonden. Onderweg vond hij een ernstig gewonde man die hij naar buiten ondersteunde. Hij kijkt me soms vluchtig aan en mijn eerste antipathie is verdwenen net als mijn belangstelling voor het schouwspel beneden mij. Mijn reisgenoot en de gewonde man hadden net een taxi omgekocht om hen uit het gebied te brengen toen de torens instortten en zij dachten dat er bommen vielen. Uiteindelijk zijn ze met de metro de stad uitgekomen en had hij eindelijk de mogelijkheid om zijn dodelijk ongeruste vrouw te bellen. Nu slikt hij en ik zie zijn ogen vochtig worden. Ik leg mijn hand op zijn arm en zeg, "Wat zal ze ongerust geweest zijn." "De moeilijkste uren uit ons leven," beaamt hij en vertelt iets rustiger verder. Hoe blij hij was zijn vrouw en zoon weer te ontmoeten en hoe het zijn leven veranderd heeft. De stewardess komt ons cola brengen en in vriendschappelijk zwijgen drinken we. "En, is dit jouw eerste keer in Amerika?" vraagt hij. | |||||
| |||||