Omama | |||||
Vaag herinner ik mij een hond die over een tegelpad enthousiast op me af komt stormen. Dat moet nog in het voorgaande huis geweest zijn. Bij mijn volgende herinnering ben ik zes en lig in een groot ledikant op zolder met een gehaakt wit beddensprei over me heen. Ik kijk naar de knoesten in het hout boven me waarin ik mannetjes aan een groot meer meen te zien. De menie die van de ijzeren haken over het hout is gelopen lijkt sprekend op een draak die de mannetjes gaat belagen. Nu is de zolder leeggehaald en loop ik samen met mijn moeder onwennig voor de laatste keer door het huis wat van mijn opa en oma was. Er zijn al veel spullen weg maar het ruikt er nog precies zo als vroeger. "Dus toch nog," zei mijn vriendin toen ik vertelde dat mijn oma op eenennegentigjarige leeftijd vrij plotseling was overleden en ze zei het precies zoals ik het voelde. Al een jaar of tien was ik me ervan bewust dat ik een stokoude oma had. Een mens van de dag maar nog altijd op zichzelf wonend. Na de dood van Opa viel het haar niet altijd mee. Van een kwieke oudere vrouw veranderde ze in een oudere soms vergeetachtige dame met steeds meer gebreken en minder energie. Als de telefoon op een ongewoon moment van de dag overging dacht ik steevast aan mijn oma. Zo vaak dat ik de laatste jaren bijna was gaan geloven dat ze samen met onze stokoude poes welhaast het eeuwige leven bezat. Dus toch. Vandaag mag ik uitzoeken wat ik graag zou willen hebben als aandenken aan haar voor mij en voor mijn kinderen voor wie zij Omama was. Ik kies voor Sebastiaan de enorme grote schelp waar alle kinderen van Opa de zee in mochten horen. Voor mijzelf kies ik de grote Chinese vaas uit de gang waarin vroeger de gedroogde lisdodden stonden die Oma pallepiesters noemde. Beschroomd trek ik wat kasten open en vind en klein goudkleurig doosje met de afbeelding van een hertje. Plotseling weet ik zeker dat er knopen in zitten. En inderdaad, een andere vroege jeugdherinnering. Naast het doosje staat het wafelijzer van Opa. Opa kon nog geen ei bakken maar met oud en nieuw maakte hij altijd verse knieperties. Hij en oma maakten veel werk van oud-en-nieuw. Het huis rook dan vaag naar een mengsel van gekookte worst, knieperties en oliebollen. In de kelder stond eigengemaakte taart en zelfgemaakte kroketten die ik er altijd raar knobbelig uit vond zien. Alles in afwachting van gezellig samenzijn. Nog geen twee weken geleden liepen we met Omama en onze kinderen in de ziekenhuistuin. We zaten onder een boom waar we schuilden voor de regen en ze vertelde dat ze een week later naar het verpleegtehuis zou gaan. Bij het afscheid knuffelde ze me zoals alleen zij dat kon en ik gaf haar nog een extra kus. De volgende dag voelde ze zich niet zo lekker en stierf plotseling in de armen van mijn vader. God nam haar snel tot zich, haar gebeden zijn verhoord. Ontroerd pak ik een tegeltje vast waarop staat dat mijn Oma in 1974 haar eerste zwemdiploma haalde. Ze was dol op water maar nog nooit aan lessen toegekomen. Ik herinner me dat ik als elfjarig meisje haar aan stond te moedigen toen ze in een merkwaardige combinatie van zo licht mogelijke kleding te water sprong. Mijn Oma. Ze was dol op de natuur, zwom in het koudste water, zong psalmen in de keuken, hield van haar familie, bereidde met genoegen de meest uiteenlopende soorten voedsel en knuffelde ieder kleinkind fijn. Met een auto vol herinneringen neem ik voorgoed afscheid van het huis van mijn grootouders en afscheid van mijn bedroefde moeder, de oma van mijn kinderen. | |||||
| |||||