Nenny | |||||
Het voorjaar is nu echt begonnen. Er hangt een groene waas over de gemeentebosjes en de bolletjes in het gras bloeien volop. In de straat spelen de kinderen die de hele winter amper te zien waren en die ik soms niet herken omdat ze zo gegroeid zijn. Zo stapt Elise met haar kleine gele laarsjes door een plas terwijl ze vorig jaar om deze tijd de laatste keer aan de borst ging. Een jongetje van drie huizen verderop is het larvale stadium ook voorbij en komt enthousiast aandribbelen. Een buurman wast zijn auto en een buurvrouw trekt de eerste onkruidjes uit de voor border. Ik houd van het voorjaar. De donkere tijden zijn voorbij en het buitenleven kan weer beginnen. Plantjes schieten uit de grond en het leven bruist naar boven. Al dat nieuwe leven maakt me soms ook weemoedig. Want deze tijd is ook de tijd van Gijs en Jenny die beiden in het voorjaar geboren werden en stierven. Het licht, de bloemen, de voorjaarslucht of een merel die hoog in de boom zingt kunnen me ineens verassen door een diep droevig gevoel los te maken. Maar ook de dierbare herinneringen komen regelmatig boven. Op de geboortedagen gaan we naar het ziekenhuis waar ze geleefd hebben om een ballon uit te zoeken en naar de hemel te sturen. Dit jaar hielp Elise Sebastiaan met het uitzoeken. Ze speelden daarna ongeremd met het ballonbeest van hun keuze en lieten hem vervolgens plechtig los. Hand in hand keken Martin en ik toe. Ook legden we bij de grafjes en grote bos bloemen neer. Op die dagen is het fijn iets te doen, om het verdriet vorm te geven. De felle verscheurende pijn is door de tijd verzacht maar het verdriet blijft. Het voorjaar is sinds vijf jaar anders dan vroeger maar niet minder dierbaar, bitterzoet. Elise, een echt buitenkind, is blij met het voorjaar. Als ze maar even de kans krijgt rent ze het huis uit. Zo snel haar kleine beentjes haar dragen kunnen gaat ze richting speelpleintje. Ontdeugend kijkt ze dan achterom. Eindeloos kan ze in de weer zijn met ballen, schepjes en glijbaantje. Als een kleine kabouter loopt ze nu parmantig met een kruiwagentje achter Martin aan die ondanks haar voor de voeten lopen probeert het gras te maaien. Sebastiaan bekijkt dit alles vanachter het raam omdat hij liever met lego speelt. Ik maak in de keuken een stapel tosti's klaar voor de lunch. "Mama!" roept Elise terwijl ze de keuken instapt. "Die!" Ze wijst naar haar flesje. Ze knikt terwijl ik sap in haar flesje doe. "Jaja," begroet ze Sebastiaan. Ik denk dat ze hem voorlopig zo genoemd heeft omdat ze zijn naam te moeilijk vindt. Ze loopt naar het fotohoekje en begint haar favoriete spel. "Die?" vraagt ze terwijl ze naar mijn schoonvader wijst. "Opa Jan", zeg ik. "Die?" ze wijst nu naar de foto van Gijs. "Gijs," zeg ik. "IJs," zegt ze bedachtzaam. Dan wijst ze naar de foto van Jenny. "Nenny" zegt ze trots terwijl ze naar mij kijkt. Een warm gevoel stroomt door me heen. Ik pak haar op en houd haar dicht tegen me aan. | |||||
| |||||