Een maand geleden hebben we vol overtuiging de anticonceptie in de prullenmand gegooid. Ik ben blij dat we de knoop doorgehakt hebben, maar soms schieten alarmerende gedachten door mijn hoofd. Hebben we niet iets over het hoofd gezien?
Waarom heeft de erfelijkheidspecialist het onderzoek nog niet afgerond? Wat denkt hij een jaar na het overlijden van onze baby nog te kunnen vinden? Het lijkt me erg onwaarschijnlijk dat hij nu nog iets vindt wat onze overwegingen drastisch anders kan maken, maar toch...
Zal ik contact opnemen? Martin merkt dat ik onrustig ben en hij moedigt me aan om te bellen. Ik loop nog een paar dagen moed te verzamelen en dan bel ik op. ‘Het spijt me hij is er niet. Kan ik de boodschap doorgeven?’ vraagt een vrouwenstem.
‘Het gaat om de uitslag van het onderzoek naar de diagnose van onze zoon Gijs. We zouden afgelopen februari uitslagen krijgen, maar we hebben nog niets gehoord.’
‘Soms duren de onderzoeken inderdaad lang, maar ik ben ervan overtuigd dat dokter Brink contact met u opneemt zodra alle resultaten binnen zijn. Ik zal in ieder geval zeggen dat u gebeld heeft’, zegt ze behulpzaam.
‘We zijn onderhand toch heel nieuwsgierig; de uitslagen zijn voor ons erg belangrijk voor de toekomst en wat ons betreft is de toekomst nu.’
‘Hoe bedoelt u dat?’ vraagt ze voorzichtig.
‘Ik bedoel dat we nu - meer dan een jaar na het overlijden van Gijs - besloten hebben het er maar op te wagen. Een paar weken geleden hebben we de anti-conceptie in de prullenbak gegooid, maar ik merk dat ik het prettig zou vinden om het eindgesprek over Gijs te hebben.’
‘Ik begrijp het’, zegt ze. ‘Dokter Brink neemt contact met u op.’

Nog geen twee uur later belt dokter Brink. Hij verontschuldigt zich dat er weer zoveel tijd is heengegaan met het onderzoek. Er zijn nog maar een paar dingetjes onderweg, zodat hij verwacht dat het gesprek op korte termijn plaats kan vinden. Hij vat de stand van zaken samen. Gijs had een klein hoofdje met amper hersenen daarin. Er zijn op de hersenen na geen andere lichamelijke afwijkingen geconstateerd. Opvallend was het voorkomen van littekenweefsel in de hersenen, wat kan duiden op afbraak. Momenteel liggen de rapporten bij een specialistisch patholoog voor een second opinion en er is spierweefsel opgestuurd naar een specialist voor verder onderzoek.
Dan zegt hij: ‘Ik zal mijn uiterste best doen om een versnelling in gang te zetten, want ik heb begrepen van mijn assistente dat u de anticonceptie aan de kant heeft gelegd en dat verandert de situatie natuurlijk wel.’
Ik merk dat ik van deze opmerking een beetje kregel word. Hoezo verandert de situatie? Ik heb niet gebeld met de mededeling dat we zwanger proberen te worden om hém onder druk te zetten. Het was meer dat dit ons een goed moment leek om een - in onze ogen zo goed als compleet - onderzoek af te ronden met een gesprek.
‘Ik ben er steeds vanuit gegaan dat het onderzoek niet sneller kon verlopen dan nu het geval is geweest’, zeg ik kattig, ‘maar ik merk dat ik graag een eindgesprek zou hebben, nu het jaar om is. Het voelt net alsof er nog losse eindjes zijn. Ik heb behoefte aan een soort afronding.’
‘Het lijkt me inderdaad goed om een bijeenkomst te beleggen. Het is eigenlijk zo dat het dossier van Gijs niet gesloten wordt. Wanneer er zich nieuwe medische ontwikkelingen voordoen, zullen we het er weer bij pakken. Als ik de uitslagen binnen heb, lijkt het mij ook wel een goed moment om het complete beeld samen te bespreken en de daarbij horende overwegingen voor een volgende zwangerschap. Binnenkort krijgt u een uitnodiging van mij.’
Ik weet niet goed wat ik van dit gesprek moet denken. Ik heb geen nieuwe dingen gehoord, maar de specialist vindt het wel nodig om er vaart achter te zetten nu we zwanger proberen te worden. Wat zit daar achter? Zien we iets over het hoofd? Helemaal gerust ben ik er niet op. Voorlopig probeer ik alle muizenissen en gedachten aan zwangerschap aan de kant te zetten. We zijn gestart en we zien wel hoe het gaat.
Toch merk ik dat ik in gedachten veel met de gewenste zwangerschap bezig ben. Ik ben verdacht aanhalig en durf niet te gaan sportduiken uit angst dat ik misschien toch al ongemerkt zwanger ben. Het is niet bekend of het duiken met perslucht invloed heeft op ongeboren baby’s, maar ik wil niets riskeren. Wijn, bier, filet americain en Franse kaasjes laat ik ook alvast links liggen. Kortom, het is best spannend om weer op weg te zijn.

Nog geen week later word ik ongesteld.
Het is niet erg. We hebben geen haast. Dit kalenderjaar nog een kindje lijkt ook wel weer snel en we hebben het gesprek met dokter Brink nog niet gehad. Niettemin probeer ik de volgende vruchtbare periode uit hoeveel dagen op rij ik Martin kan verleiden. Het is een leuke uitdaging.

vorige:Boekinformatie
volgende:Recencies