Kwijt

slechtmindernormaalgoedbest


Eindelijk het is kerstvakantie! Iedereen is er aan toe want de laatste weken was het aanpoten om alle gezelligheid en werk te organiseren. Thuis moest er iets gedaan worden aan Sint Maarten, Sinterklaas en het kerstdiner op school, terwijl de collega’s op het werk verwoedde pogingen deden om hun bureau opgeruimd te krijgen. Dat hield in dat het werk -al dan niet in een verder gevorderd stadium- op iemand anders bureau belandde. Dat heen en weer schuiven van werk ging net zo lang door tot niemand meer zin had om iets te doen en elkaar bij de kerstborrel alvast een goed jaar wenste.
Ondertussen was het in huis een puinhoop geworden en met de bewoners van het glazen huis op de radio ben ik orde aan het scheppen. Eerst een enorme berg was. Ik maak mooie hoopjes op kleur en tijdens het draaien van de eerste ronde ga ik op zoek naar de mutsen en handschoenen. Het kan toch niet zo zijn dat we de vorige winter geëindigd zijn met ieder slechts één linker handschoen. Ik zoek overal maar kan geen compleet paar vinden en dat terwijl het buiten vriest. Ik fiets naar de plaatselijke textielsuper en koop vier paar nieuwe handschoenen want je kunt toch niet zonder.
Als ik thuiskom is mijn humeur niet al te best en ben ik nog net op tijd om mijn zoon gedag te zeggen die op weg gaat naar training. Hij heeft een veel te dunne jas aan want zijn mooie dure warme merkjas is hij al een poos kwijt. Hij is al een keer een zomerjasje kwijt geraakt en de zomer daarop was hij de opvolger eveneens kwijt. Toen ik in de grabbelbak bij voetbal ging zoeken vond ik het zomerjasje van het jaar ervoor. Ik ben er klaar mee, hij doet maar een trui met regenjack aan als hij het koud heeft.
Na een fijne kop warme thee ga ik verder met de was waarin allemaal eenzame sokjes blijken te zitten. Zelfs nadat de gehele hoop in vier wasbeurten verwerkt is blijf ik met vijf eenlingen zitten. In de hoop dat ze nog ergens opduiken ga ik me voorbereiden op het bezoek aan de tandarts. Het lijkt wel een sport voor haar om ondanks mijn goede poetsen toch wat plak ergens vandaan te peuteren en triomfantelijk te demonstreren aan de kinderen dat mama het ook niet altijd goed doet. Kijken of ik kan winnen deze keer.
Elise staat al helemaal ingepakt bij de deur haar mooie nieuwe wanten te bewonderen terwijl ik de mijne nog niet kan vinden. Hoe kan dat nu? Ik had ze net nog nieuw in de bak gestopt. Ik loop geërgerd nog een rondje door het huis en vertrek met één linkerhandschoen naar de tandarts.
Sebastiaan is rechtstreeks vanuit sport gegaan en wordt als eerste behandeld. Hij komt met een grijns de behandelkamer uit, gelukkig geen gaatjes. Elise en ik zijn aan de beurt en ik zie nog net dat mijn zoon mijn gloednieuwe handschoenen aan doet!
Lijdzaam laat ik mij behandelen door de tandarts die wederom plak zoekt en vindt, terwijl ik passende straffen voor mijn puber aan het verzinnen ben. Mijn dochter staat me goed terzijde en aait mijn hoofd terwijl ze geïnteresseerd alle handelingen van de tandarts volgt. Daarna is ze zelf aan de beurt. Ook geen gaatjes, we kunnen er weer een half jaar tegen.
Het wordt al donker, we zijn de laatste patiënten. We trekken onze jassen, mutsen en handschoenen aan en dan hangt er nog één mooie winterjas op de kapstok. Een merkjas die me bekend voorkomt. Het zal toch niet. Ik kijk om me heen en voel snel in de zakken van de warme jas. Links zit een handvol snoeppapiertjes en rechts een bezoekerspasje van Sebastiaan Waaling……..

vorige:Schoolreisje
volgende:Decadent