Leasehond

slechtmindernormaalgoedbest


Het is maandagochtend kwart over zeven. Ik loop op doktersrecept met ferme pas door de wijk. Vijf keer per dag een kwartier lopen heeft me niet alleen een hernieuwde kennismaking met mijn omgeving gebracht maar ook doen toetreden in de wereld van de hondenbezitters. Deze mensen lopen voor hun plezier voor dag en dauw en vlak voor middernacht met hun huisdier door de straten.
Er is een groot verschil tussen mensen die van honden houden en mensen die daar niets van moeten hebben. Mijn leraar Frans op de middelbare school was een uitgesproken hondenhater. Met name de producten die de honden op de meest uiteenlopende plaatsen droppen waren hem een gruwel. Vooral na het weekend besteedde hij minimaal een kwartier - al dan niet in het Frans- aan het schelden op deze vreselijke beesten en hun stomme baasjes.
Ikzelf heb niet zoveel met honden. De huizen waar ze wonen ruiken naar hond en ze kijken je de hele tijd verwachtingsvol aan alsof ze voordurend vragen: “gaan we eten, gaan we uit, gaan we stoeien, gaan we aaien, gaan we spelen?”
Heel vermoeiend.
Nu moet ik toegeven dat het doelloos door een wijk lopen wat kaal is. Als je niet met een hond loopt of een brief in je hand houdt loop je maar wat te lopen. Je ziet mensen denken, “Waar zou die heen gaan?” Zoekend kijken ze in je omgeving of er nog een hond bij loopt. Het zou mooi zijn wanneer je voor dit soort gelegenheden een hond zou kunnen leasen. Ik denk dat je bij een wandelroute in het bos of op het strand best wat zou kunnen verdienen met honden verhuren. Want ik moet toegeven dat er geen enthousiaster beest is dan een uitgelaten hond. De blijdschap van snuit tot staart straalt zonder meer af naar de begeleider.
Ik loop al weken alleen, alsof ik mijn hond niet meer heb en er maar niet aan kan wennen dat hij er niet meer is. De hondenbezitters kijken mij meewarig aan. Ik moet maar snel een puppy gaan halen, zie je ze denken. Ik overweeg inmiddels of ik niet met een riempje in mijn hand moet gaan lopen om er wat minder kaal uit te zien.
Er is een groot verschil in de honden die ik tegenkom. Er is een grote witte hond die strak naast zijn baas loopt die net als hij niet op of om kijkt. Er is een mevrouw in een scootmobiel die onophoudelijk tegen haar hond praat en die een handig ding heeft om de bal te gooien die de hond steeds weer naar haar terug brengt. Er is een grote zwarte retriever die iedere keer blij op me afstormt en maar net op tijd remt om aan me te snuffelen en er zijn twee bejaarde honden met grijze snuiten die pootje voor pootje achter hun baasjes aansjokken.
Ik loop nu in op een mevrouw met een Berner Sennen. De hond kijkt steeds achterom en loopt vlak bij haar met zijn staart tussen de poten. Hij kijkt iedere keer minder lang voor zich uit. Net als bij het spel vroeger op het schoolplein waarbij de kinderen dichterbij kwamen maar stil moesten staan als je om keek. Hij wordt steeds nerveuzer en kijkt om zich heen alsof hij ieder moment besprongen kan worden door mijn hond die hij maar niet kan ontdekken. “Kom nou,” moppert zijn baasje ongeduldig. “Er is geen hond!”
Ze trekt hem mee aan de riem en half achterstevoren volgt hij haar bang als hij is voor mijn onzichtbare hondje Hernia.

vorige:Hakjes
volgende:Chinees