Decadent

slechtmindernormaalgoedbest


Het is donker en het is koud en ik lig helemaal niet lekker. Mijn heup ligt op de grond. Hoe ben ik hier in vredesnaam beland? Al jaren geleden ben ik toch al tot conclusie gekomen dat kamperen helemaal niet zo leuk is. Het liggen op flinterdunne isolerende matrasjes waar je na een nacht woelen van opstaat als een stram besje, rijp voor het bejaardentehuis. Het huishouden met hindernissen. In plaats van langzaam wakker worden met een ontbijt uit de welgevulde koelkast thuis moet je je eerst fatsoeneren in het toiletgebouw om daarna met alle andere vrolijke campinggasten in de rij te gaan staan voor de warme broodjes en ochtendkrant. Om maar niet te spreken van het koken op de camping.
Je bent al heel gelukkig als de eerste klamme lucifers je gasstel doen ontbranden. Daarna kan je op handen en voeten door de tent om alle ingrediënten bij elkaar te scharrelen. Heb je dan eindelijk een prutje gemaakt voor pasta of rijst mag je blij zijn dat die niet in het gras belandt met het afgieten omdat je het handige vergiet van thuis niet bij je hebt.
Al jaren heb ik een goed excuus om niet te gaan kamperen. Ons gezin kan alleen in voor- of najaar weg en dan ligt een verblijf in een tent niet voor de hand. Deze zomer wilde ik het toch met mijn dochter proberen. Hoe heb ik kunnen denken dat het op een decadente manier anders zou kunnen: een simpele tent met grote dikke opblaasmatrassen, een weersverwachting met een week mooi weer en ‘s avonds uit eten. Ik hoor Elise in de andere binnentent onrustig draaien en besluit om mijn lekke matras bij te blazen. “Mam, het is zo koud”, meldt mijn dochter. Ik verbouw de komende tien minuten bibberend onze twee kamertjes in een slaapcabine en een kleedhok en neem het ijskoude kind in mijn armen. Ze valt vrijwel meteen in slaap maar ik lig nog lang wakker. Goed dat ik maar een paar uur rijden van mijn warme huis verwijderd ben.
Geknars van schoenen op het grindpad en andere vreemde geluiden maken me te vroeg wakker in een tent die nat is van de condens. Elise ontwaakt ook en ik ontdek dat de vreselijk lelijke plastic klompschoenen die ik van mijn dochter moest kopen, ideaal zijn voor het buitenleven. Met niet al teveel moeite zitten we aan ons ontbijt (thee met krentenbol) te kijken naar de gezinnen om ons heen die een miniatuur huishouden hebben opgezet in en om hun caravan. Van televisies tot aan magnetrons en koffiezetapparaten aan toe. Het zonnetje schijnt en Elise speelt al gauw met de buurkinderen. Onze twee kopjes zijn zo omgespoeld en de was stop ik in een grote plastic zak. Huishouden klaar, tijd om naar het strand te gaan.
Na een middag schelpen en haaietanden zoeken doen we niet moeilijk en eten een pannenkoek in het restaurant. Lui lezend kijken we af en toe naar de gezinnen die hun uiterste best doen om het huishouden van elders hier voort te zetten. Voortent bezemen, met de hand afwassen, wasje aan de lijn hangen. Wat een werk. Elise trekt zich terug in ons slaapvertrek en ik maak me op voor de avond. Ik heb een luie-regisseur-klapstoel meegenomen en ook een schemerlamp welke ik met een verlengsnoer aansluit. Met de slaapzak om me hen nestel ik me voor een aantal uren lezen. Voor het eerst in vijf jaar lees ik een boek in één ruk uit.
Ik kruip naast mijn dochter en bedenk me nog net voordat ik tevreden in slaap val dat ik het kamperen opnieuw uitgevonden heb. Alleen dat lekke matras moet nog vervangen…………

vorige:Kwijt
volgende:Hakjes